Sjamanisme
Sjamanisme wordt wel de oerreligie genoemd. Het vindt zijn oorsprong in de tijd dat er nog
geen wetenschap was. Er waren geen auto's, treinen of vliegtuigen, geen elektriciteit, compu-
ter of televisie. Hoe de aarde er uit zag was onbekend. De mens was aan de goden overge-leverd! Het is niet verwonderlijk dat mensen zich in die tijd een beeld probeerden te vormen van
dit voor hen grote mysterie. Dat zij zich afstem- den op de natuur. Het is ook niet verwonderlijk dat men personen uit hun midden koos, die dat goed leken te kunnen. Die intensief getraind werden om hun gevoeligheid optimaal te ontwik- kelen Zij werden de specialisten, de weten-
schappers in het reizen in de andere wereld. Deze personen werden aangesteld om de boodschappen van de goden en de tekenen van de natuur op te vangen en te vertalen voor hun familie, dorp of stam. Deze personen werden aangeduid als sjamanen, medicijnmannen, zieners, en profeten (in de bijbel).
Door hun verbondenheid met de natuur werden zij experts in het gebruik van planten, kruiden, mineralen en andere middelen uit de natuur die genezing brachten voor kwalen en ziekten. Door afstemming op de wereld van de goden en de natuur kregen zij toegang tot een andere, niet zichtbare, niet fysieke werkelijkheid. En in dit contact konden zij belangrijke informatie of inzichten verkrijgen voor een individu, hun dorp of stam. Zij waren de genezers en spirituele leiders.
Tegenwoordig worden veel spirituele genezers uit allerlei werelddelen met sjamanen aangeduid. Voorbeelden zijn de Indianen uit Noord-, Midden- en Zuid-Amerika (medicijnmannen/vrouwen), uit Afrika (sangoma's en maraboe's), uit Mongolië, Tibet, Korea of de Aboriginals uit Australië en de Maori’s uit Nieuw-Zeeland. Dichtbij huis: de Sami uit Lapland. Wat ze gemeen hebben is dat ze in staat zijn te reizen in een andere wereld, een niet fysieke werkelijkheid.
Het is mijn overtuiging en ervaring dat wij in deze tijd ons nog steeds op een waardevolle manier kunnen verbinden met wat ik dus maar noem: een andere wereld. De westerse cultuur heeft deze mogelijkheid grotendeels verloren, alhoewel uit de talloze voorbeelden die ik in dit boek geef blijkt dat veel meer mensen dan men vaak denkt nog ervaringen hebben met die andere wereld. Men herkent ze echter niet meer en als men ze wel herkent, praat men er echter liever niet over. Dat past niet in ons patriarchale wereldbeeld. Zeker niet voor mannen.
In mijn leven is dit contact een centrale plaats gaan innemen. Ik ben het zelfs gaan ervaren als een roeping: mijn roeping! De kern is om me open te stellen voor de krachten van de niet zichtbare wereld en voor wat ik de spirits ben gaan noemen.
Contact maken met de andere wereld doe ik, net als de traditionele volken, altijd in een rituele setting. Via de trommel of een ratel en via mijn stemgeluid, geen specifiek lied, maar klanken, nodig ik specifieke krachten uit. Dat lijkt op het eerste gezicht vreemd, maar door het geluid van de trommel raak ik in een lichte trance, is mijn denken minder dominant waardoor ik me kan open stellen voor wat ik noem: energieën die het persoonlijke overstijgen. Vanuit de natuurwetenschap weten we dat alles energie is. Dus het is niet zo'n vergaande gedachte dat een persoon zich kan verbinden met energieën buiten zichzelf.
Het sjamanisme verwoordt het anders: alles in de natuur wordt als bezield gezien. Je kan dus met de energie, de essentie, of misschien beter met de spirit’ van een dier, een boom, een struik of zelfs een steen een verbinding aangaan, contact leggen. Maar ook met de krachten van de elementen, zoals water, aarde, vuur en lucht of met de krachten van wat men de richtingen noemt: het noorden, oosten, westen en zuiden. Meer abstract en grootser gezegd: je kan je verbinden met de creatieve energie van de natuur, de kosmos, het goddelijke. Of in een ander beeld: jouw ziel kan zich verbinden (is verbonden) met de universele ziel.